Op 27 augustus 2002 werd ons mannetje en broertje Dominic geboren. Een gezonde jongen van 6,5 pond en 50 centimeter. Om 21.00 uur zag jij het licht van het nieuwe leven.
Jij maakte ons leven compleet. Wij waren papa en mama van koningskinderen, een meisje onze Romy en dan nu een jongetje. Ons geluk kon niet op. Wat wil je nog meer.
Twee gezonde kinderen. Ja, dat dachten wij.
Tot Dominic zijn eerste levensjaar ging alles perfect. Oké Dominic was wat langzaam met bepaalde dingen, maar ja het was ook een jongen. Die zijn meestal wat langzamer dan meisjes. Dominic sloeg kruipen over en ging op zijn kont schuiven, net als zijn grote zus Romy. Die liep ook pas met 22 maanden. Daar maakten wij ons geen zorgen over.
Op een gegeven moment merkten wij wel dat hij raar dronk uit een beker. Hij dronk van een theelepel en eten wilde hij alleen van papa zijn bord. Eten afhappen vanaf de rand van het bord. Dan pas at hij. Loslopen lukte ook niet. Toen Dominic met 22 maanden nog niet liep, zijn we bij een kinderarts terecht gekomen. Volgens de kinderarts mankeerde ons ventje van alles en nog wat, maar wat wist ze niet. Binnen 15 minuten stonden we weer buiten, niet wetende wat er was, wel met een afspraak bij een professor in het VU in Amsterdam.
Een aantal weken later waren wij in het VU bij die professor, dokter van der Knaap. Wat een goede lieve arts. Zij nam wel alle tijd voor ons. Zij adviseerde ons om nog een DNA-onderzoek te doen (was ook al eerder gedaan via de kinderarts) en een MRI. Uit het DNA-onderzoek kwam niet veel uit, maar uit de MRI zagen ze een vermoedelijke afwijking in zijn stofwisseling. Omdat Dominic een witte jassenfobie had ontwikkeld mochten wij 6 maanden wegblijven, en zouden we dan een spierbiopt doen, dat moest dan 3 maanden op kweek.
11 juli 2005 moesten wij ons melden in het VU voor het spierbiopt, onder algehele narcose. Alles was goed gegaan en Dominic vond de chipito chips weer erg lekker. Dit waren zijn favoriete kaaschipjes. De volgende dag mochten we weer naar huis, en hij deed het heel erg goed.
3 dagen later werd Dominic ziek. Hij was heel erg aan het overgeven en had diarree. Wij dachten er niet bij na, want Romy had het ook net gehad. Maar hij bleef spugen en hield niets binnen. Via de huisarts kregen we ORS zakjes. De arts zei: “Let op dat vinden ze niet lekker.” Nou onze Dominic vond het heerlijk. Dit bleek achteraf te passen bij zijn ziekte. De energiestofwisselingziekte. Alleen dat wisten wij toentertijd nog niet. Het werd zo erg, dat zijn gebitje helemaal naar voren kwam. Dus spoedarts gebeld en Dominic werd meteen opgenomen en aan het infuus gelegd. Hij was bijna uitgedroogd. 2 dagen later kwam een andere kinderarts en die zei dat er iets aan de hand was met zijn niertjes. Gerrit en ik waren zo blij dat wij eindelijk dachten dat een kinderarts uit Den Helder ons kon vertellen wat ons mannetje mankeerde.
Omdat Dominic onder behandeling in het VU stond, werden wij met de ambulance daar naartoe gebracht. Ze zijn meteen met hem aan de slag gegaan, en hebben onderzoeken gedaan. Nog steeds niet weten wat er aan de hand was. Op een gegeven moment voelde hij zich wat beter en vond hij het geweldig om in zijn eigen buggy te zitten en zich dan te laten rijden door papa of mama. Wat een lol had hij dan. 6 dagen na de opname in het VU kregen wij te horen dat Dominic stabiel was en dat ze de zoutwaarde in zijn bloed onder controle hadden. Jeetje wat een feest. Nu kon Gerrit even naar huis toe om andere zaken te regelen en kwam hij vrijdag weer naar ons toe.
Zaterdag 30 juli werd Dominic hijgend wakker. Een teken dat zijn bloed verzuurd was. Weer werd het zoutgehalte van het infuus omhoog gezet. Omdat het infuus niet goed zat, mocht hij even zonder infuus gaan spelen. Als een gezond kindje. Oh wat genoot hij ervan en wat heeft hij gelachen. Het waren de mooiste momenten, niet wetende wat ons een aantal uren later zou gebeuren.
Ik was eigenlijk aan de beurt om bij Dominic die nacht te blijven slapen. Gerrit zou naar het Ronald McDonald huis gaan. Maar ik werd zo onrustig, ook omdat Dominic nog steeds zo aan het hijgen was, dat Gerrit zei ga jij maar ik blijf bij hem.
Op 31 juli werd ik om 04.00 uur gebeld door de verpleegkundige, dat ik moest komen. Want Dominic ging naar de kinder IC, want ze wilden hem gaan intuberen en een vaste infuuslijn inbrengen om zo de medicatie goed te kunnen geven. Hij was immers niet meer te prikken.
Door de stromende regen naar de IC gegaan. Daar lag mijn kleine mannetje aan de zuurstof en nog steeds aan het hijgen. Ik heb hem een dikke kus gegeven en gezegd, ga maar lekker slapen, tot straks en dan wordt je weer beter. Gerrit en ik werden naar een kamer gebracht waar wij even konden wachten en een kopje koffie konden drinken. Want de operatie zou 1,5 uur duren.
Al roerend in de koffie (5 minuten later) werden Gerrit en ik al gehaald, met de woorden het gaat niet goed met Dominic. Ik schiet in de lach, ja dat weet ik ook dat het niet goed gaat. Nee, zegt de verpleegkundige, het gaat echt niet goed, ze zijn hem nu aan het reanimeren. En toen stond onze wereld stil... HUH? WAT? Wat zijn ze aan het doen? Ja juist, aan het reanimeren. Shit dit is echt.
Er stonden 2 zwarte krukken voor ons klaar, zodat wij bij hem konden zijn. Gerrit zat tegenover mij, met zijn hoofd tegen mijn borst aan, en onze handen vasthoudend.
De artsen zijn 1 uur met hem bezig geweest en ik heb alles gezien. Mijn arme lieverd. Op een gegeven moment gaf zijn lichaampje aan dat het afgelopen was, en stopte de arts met reanimeren.
Gerrit stond op en zei tegen de arts, jij stopt onder geen beding, jij gaat door. Niet wetende dat ze al 1 uur met hem bezig waren. En ik? Ik was 1 bonk rust. Nu wist ik waarom ik bijna 3 jaar zo gek gedaan had, ik wist gewoon dat ik mijn mannetje niet bij mij kon houden. Gerrit viel gillend op de grond, zijn kleine papzak was er niet meer. Onze wereld stond stil. En wat nu dan? Oma bellen want die stond op het punt om naar het VU te komen samen met Romy om met Dominic te spelen. Ja en dan moet je die vreselijke telefoontjes plegen. Terwijl je zelf in shock bent. Je oudste dochter horen gillen door de telefoon:
Dan word je hart er nog een keer uit gerukt. Een meisje van 7 jaar die nu al haar broertje weg moet brengen. Dat kan toch niet?
Nadat opa’s en oma’s waren gekomen, zijn wij ‘s middags naar huis gereden. Geen radio aan, alleen maar stilte. Thuis aangekomen, ligt het eerste rouwkaartje van een buurvrouw al op de mat. Een vriendin die naast ons woonde heeft meteen alle buren op de hoogte gesteld.
Plus ook zijn verjaardagscadeau was bezorgd. Hij zou 27 augustus 3 jaar geworden zijn. Wat leefde iedereen met ons mee. Vrienden, familie en buurtjes. Het was zo hartverwarmend. Dat deed ons erg goed.
Dominic hebben wij achtergelaten in het VU om sectie te laten doen. Want ja we wisten nog steeds niet waar hij aan overleden was. Hij zou de volgende dag naar het uitvaartcentrum gebracht worden.
De volgende morgen om 10 uur stond de uitvaartverzorger aan onze deur, gelukkig konden wij hem, dus dat voelde erg prettig en fijn. Dan moet je de uitvaart van jouw eigen kind regelen, hoe dan? Hij moest nog zoveel doen, zoveel spelen, en niet doodgaan. Het rouwkaartje werd van de Teletubbies. Daar was hij gek van. Wij wilden graag de liedjes van Marco Borsato en kinderliedjes draaien. Jeetje dan een plekje op het kerkhof uitzoeken, jeetje zeg. We hebben een plekje op het kinderhofje uitgezocht, in het zonnetje.
Om 16.00 uur werden wij gebeld dat Dominic in het uitvaartcentrum was. Hup in de auto en heen naar ons ventje. De rouwkamer hadden we ook uitgezocht. Dezelfde als waar mijn oma ook gelegen had. Daar lag hij dan, in zijn witte kistje. Jeetje wat leek hij daar groot. Daar lag een jongetje van bijna 3 jaar. Zo hadden wij hem nog nooit gezien. We hebben hem wel in onder zijn eigen dekentje gelegd. Stel je voor dat hij het koud kreeg.
Woensdag de condoleance, wat een mensen. Ongelooflijk veel, wat was dit mooi. Mensen die ik jaren niet gezien had, waren er. Dan donderdag 4 augustus de dag dat wij jou weggebracht hebben. In een witte rouwauto, want jij hield van grote auto’s.
Dan nog 1x naar huis. Daar stonden alle buurtjes buiten. Voor hun huis op ons te wachten. Bij elk huis hingen de vlaggen halfstok. Ongelofelijk, wat overweldigend. De rit naar het kerkhof, weer die stilte in de auto. Vreselijk. Aangekomen op het kerkhof, ohhhh wat een hoop mensen. Allemaal voor ons lief klein mannetje.
Tijdens de plechtigheid hebben oma Planje en opa gesproken. Ook ik heb het gedaan, gelukkig. Dit was ook het laatste wat mama voor jou kon doen. De plechtigheid was erg mooi, maar we moesten jou achterlaten.
Gelukkig hebben Gerrit en ik alles samen gedaan en besproken. Als wij ‘s nachts verdrietig waren of niet konden slapen, dan maakten wij elkaar wakker om te praten en te troosten. Wij wilden ons ook groot houden voor Romy, want ook zij had haar eigen verdriet, en papa en mama vaak te zien huilen vond zij ook verschrikkelijk.
Dit alles is nu 21 jaar geleden. We hebben nog steeds onze dalen, maar samen redden wij het. Het was een verschrikkelijke tijd en missen Dominic nog elke dag. Drie jaar geleden hebben wij Dominic laten opgraven, en laten cremeren, zodat hij weer thuis is. En dat voelt heel erg goed. Twee jaar na zijn overlijden is onze dochter Latisha geboren. Gezond en wel, een meid van nu 19 jaar.
Tot nu toe rouwen wij nog steeds om Dominic.
Maar hij zal altijd bij ons gezin horen.
Liefs van
Gerrit, Romy, Latisha en Roos Schaap