Kerstavond 2022. Het restaurant liet ons onze eigen playlist draaien en bij één nummer ging iedereen los: Tití me preguntó. Mijn twee zussen, onze kinderen, vrienden, familie. Zorgeloos. Aanwezig. Levend.
We wisten niet dat het onze laatste kerst met zijn drieën zou zijn.
Sterk zijn als erfenis
Wij komen uit een Caribische gemeenschap. Sterk zijn zit in ons DNA, niet als keuze maar als erfenis. Die kracht is waardevol. Maar soms slikt dezelfde kracht ook het verdriet in. En verdriet verdwijnt niet. Het wacht.
Mijn moeder was ernstig ziek en vertelde het niemand. Uit liefde, uit angst, uit een soort valse schaamte. De oude generatie zwijgt vaak liever over ongemakkelijke gespreksonderwerpen. Zwakte toon je niet. Ze belde nog om me te feliciteren met mijn verjaardag. Ik probeerde haar telkens nog te sparen en liet haar niet te lang praten. Zes dagen later was ze er ineens niet meer! Midden in de nacht werd ik huilend wakker gebeld door onze oudste zus. Ongeloof. Schok. De automatische piloot nam het over.
Binnen drie dagen vlogen we naar het eiland. Een spoedpaspoort voor de jongste van een jaar, coronatesten, formulieren, kleding voor de uitvaart, school/werk informeren en noem maar op. Daarna direct na aankomst de uitvaart, de gebruiken, het papierwerk, het huis leegruimen. Het meeste droeg mijn oudste zus, koste wat het kost. Met z’n drieën: rouwend en tegelijk regelend.
Pas terug in Nederland begon mijn lichaam te spreken. Ik herkende mezelf niet meer. Ik bestelde in het donker boeken over rouw, wanhopig zoekend naar herkenning. De woorden bleven op afstand. En het gewone leven ging gewoon door: werk, kinderen, de dagelijkse rompslomp. Ik moest “normaal” blijven functioneren. Dankzij professionele hulp, mijn geloof, een hechte gemeenschap en dierbaren ben ik erdoorheen weten te komen.
Mijn oudste zus
Na mamma’s overlijden in 2021 hield mijn oudste zus ons bij elkaar. Zij startte een gezamenlijke kersttraditie: mamma had gewild dat de band tussen ons zussen sterk bleef. Samen eten, cadeautjes onder de boom, films op de bank. Mijn zusje vloog er speciaal voor over uit Schotland. Mijn oudste zus nam de moederrol op zich, uit liefde.
Twee jaar later, opnieuw midden in de nacht! Ze was naar het eiland gevlogen om de laatste zaken rondom mamma’s overlijden af te handelen. Longembolie. Zonder waarschuwing. Ze was pas 45. De dood heeft niets maar ook niets met leeftijd te maken.
De laatste keer dat ik haar zag, zag ze er moe uit. Het viel me op, maar als jongere zus in de stille hiërarchie durfde ik er niet naar te vragen. Achteraf bleek hoeveel ze droeg: voor ons, voor haar gezin, voor haar werk, voor alles rondom mamma. Haar eigen rouw bleef onzichtbaar, uit liefde, meegedragen naast al het andere. Ik wist het destijds niet, ik herkende de signalen nog niet zoals tegenwoordig. Dat draag ik voor altijd mee.
Bijna twee weken wachtten we op haar repatriëring. Toen haar lichaam eindelijk landde in Nederland, stond ik daar. Op de luchthaven, op dezelfde plek waar zij stond toen ik als jonge vrouw voor het eerst aankwam. Met een nieuwe simkaart, een winterjas en een dikke knuffel. Nu stond ik er symbolisch voor haar. Uit liefde.
Op haar afscheidsdienst draaide ik datzelfde kerstnummer als intro van mijn toespraak. Bevend, in tranen, maar ik deed het, met mijn zusje naast me. Niet iedereen vond het gepast. Wij trokken ons er niets meer van aan. Voor de tweede keer in twee jaar zaten we weer op de eerste rij.
Tot de dag van vandaag schiet mijn lichaam in paniek als de telefoon ‘s nachts gaat.
Rouwen en doorgaan
Mijn eigen rouw was rauw, en toch kwam de volgende ochtend altijd weer. Ik moest functioneren: als werknemer, als moeder van schoolgaande kinderen, en nog altijd een oogje in het zeil houden bij mijn nichtje. Ik vertelde op school dat mijn dochter een dierbare had verloren. Het antwoord: ok. Geen vraag. Geen ruimte. Op de werkvloer was het vaak niet anders.
Rouw is geen ziekte, maar rouw kan je wel flink ziek maken. Zeker als de wereld verwacht dat je gewoon doorgaat.
Het zaadje
Haar dochter, mijn nichtje, was een tiener die ineens haar moeder kwijt was. Ze belde me keer op keer midden in de nacht, door het tijdsverschil. Ik nam op. Ik wilde en moest er voor haar zijn, en de volgende dag stond ik weer op voor werk en voor mijn kinderen. Haar pijn fixen kon ik niet. Ik wilde er zijn, maar ik wist niet hoe. Die machteloosheid liet een zaadje achter: ooit wil en zal ik er volledig zijn voor iemand in rouw. Met de juiste kennis, de juiste woorden, de juiste aanwezigheid. Mijn nichtje wil ik in de toekomst zo goed mogelijk professioneel blijven begeleiden.
Wat ik je wil meegeven
- Praat over de dood voordat die er is. Het hoeft geen zwaar gesprek te zijn.
- Leg je uitvaartwensen vast en deel ze. Het is een daad van liefde.
- Sluit altijd een reisverzekering af mét repatriëringsdekking.
- Deel je digitale administratie met iemand die je vertrouwt.
- Beweeg tijdens lange vluchten. Trombose kan iedereen treffen.
- Zoek hulp zodra rouw je dagelijks leven overneemt.
- Op de werkvloer: forceer jezelf niet, trek aan de bel.
- En werkgevers: investeer in kennis over rouw.
Rouwen is geen zwakte. Het is het bewijs dat je hebt liefgehad. En rouw stopt helaas niet na een uitvaart.
CHANTAL HAWKER
Mijn rouwreis is te volgen op social media: @pervivre

