De dag dat onze zoon, Jaiden, zichzelf van het leven beroofde, is de zwartste dag in ons leven. Het leven van daarvoor bestond op slag niet meer. Het omvat zoveel emotionele ballast wat je niet zomaar kunt verwerken. Een “plek” geven lukt niet. Het is ook nog maar heel kort geleden, daar zijn we ons van bewust. Toch hebben we sterk het gevoel dat we hier niet zomaar uitkomen. Het rouwproces is een proces dat niet vanzelf gaat. Ze zeggen weleens: ‘Rouw is rauw!’, maar het verlies van je kind gaat nog dieper dan dat.
Op 27 januari 2026 kreeg ik onderweg naar mijn werk om 13:15 uur een telefoontje in de auto. Een 088-nummer belde me. Ik herkende het nummer niet en was eigenlijk niet van plan op te nemen. Tóch besloot ik het telefoontje aan te nemen, want ik voelde ergens dat het belangrijk was. Ik nam op en hoorde aan de andere kant van de lijn, ‘U spreekt met de politie Midden-Brabant, waar bent u nu?’. Ik vertelde dat ik onderweg was naar mijn werk en dat ik daar bijna was. Ik zette de auto stil en bleef staan aan de kant van de weg. Met hartkloppingen luisterde ik naar wat de politieagent te zeggen had. Ik dacht nog: ‘Zou het een ‘scam’ zijn of iets dergelijks?’. De agent vroeg of ik in de mogelijkheid was om naar huis te komen. Hij had me iets belangrijks te vertellen wat niet over de telefoon gezegd kon worden. Ik raakte in paniek. Ik zei dat ik er zo snel mogelijk aan zou komen, maar wilde wel weten wat er aan de hand was. Dat kon de agent nog niet zeggen op dat moment, maar hij zei wel dat ik rustig aan moest rijden, want ze zouden bij mijn huis op mij wachten. Ik reed direct naar huis toe, gespannen en vol angst.
Op de terugweg naar huis belde ik mijn man in paniek! ‘De politie staat voor de deur bij ons thuis, je móet nu komen!’. Hij raakte in de war en vroeg wat er was. Ik vertelde hem dat ik dat niet wist en dat de politie dat zo zou vertellen, maar dat hij op moest schieten. Daarna belde ik mijn vriendin. ‘Er is iets met Jaiden!’, schreeuwde ik in tranen. Ze vroeg me rustig te blijven en af te wachten wat de politie zou zeggen. Ze kwam eraan zo snel als ze kon. Daarna belde ik Jaiden een aantal keer, maar kreeg telkens de voicemail. Toen belde ik naar de woongroep waar hij woonde. Een begeleider nam op. Ik vroeg hem: ‘Weten jullie waar Jaiden is, ik kan hem niet bereiken namelijk?’. Hij vertelde me dat hij het ook niet wist en dat de teamleider straks even contact zou opnemen. Ik was bijna thuis! Ik hoopte dat het niet waar zou zijn, dat wanneer ik de bocht om kwam, er niemand zou staan. Helaas zag ik direct de politieauto staan, met twee agenten voor de voordeur. Ik parkeerde mijn auto helemaal scheef, stapte uit, vergat mijn sleutels uit het contact te halen. Ik rende weer terug en liep als verdoofd naar de voordeur. De politiemannen vroegen of ze even binnen mochten komen. Dat mocht natuurlijk. Eenmaal binnen hoorde ik de douche lopen. Ik zei tegen hen: ‘Dat is mijn andere zoon!’. We liepen door naar de woonkamer.Ik wilde niets horen totdat mijn man ook thuis was. Het duurde voor mijn gevoel lang voordat mijn man kwam. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik rende ineens naar boven naar mijn andere zoon en schreeuwde in paniek: ‘Er is iets met Jaiden, de politie is hier!’. Hij kleedde zichzelf aan en ging mee naar beneden. Het wachten leek wel uren te duren, dus ik belde mijn man waar hij bleef. Hij was er bijna, gaf hij aan. Ik hoorde de sleutel in het slot van de voordeur gaan en vroeg mijn andere zoon of hij erbij wilde blijven of liever naar boven ging. Hij wilde naar boven. Mijn man kwam binnen en vroeg wat er allemaal aan de hand was. ‘Het gaat zeker om onze zoon Jaiden?’, vroeg hij direct. De politieagent beaamde dit! ‘Het gaat inderdaad om uw zoon Jaiden’, zei hij. Mijn man zei dat hij zeker voor de trein was gesprongen die ochtend? Ook dit werd bevestigd. Ik zakte tegen de muur op de vloer en begon te huilen en te schreeuwen. Mijn man slaakte een oerkreet! Onze ergste nachtmerrie was werkelijkheid geworden.
Wat er dan door je heen gaat, is met geen pen te beschrijven. We wisten dat het niet altijd goed ging met Jaiden. We hadden al zo’n lange weg bewandeld met hem en ons als gezin. Therapieën, begeleiding, tijdelijke opname bij een jeugdinstelling voor een behandeltraject, logeeropvang, alles om Jaiden een fijner leven te geven en om ons gezin op de rit te houden, zonder een uithuisplaatsing. Jaiden was gediagnosticeerd met ADHD en McDD (Meervoudig Complexe Ontwikkelingsstoornis). Deze stoornis is een autismespectrumstoornis, valt dus onder het autisme. Het is een complexe ontwikkelingsstoornis. Dit, omdat er geen duidelijke diagnose gesteld kan worden en het zich uit op verschillende manieren. Jaiden was een heel gevoelige jongen, maar kon niets met zijn emoties. Het reguleren van zijn emoties was niet te doen voor hem.
Hij schoot van boosheid naar woede en van angst naar paniek binnen een paar seconden. Ook was zijn realiteitszin niet zoals het hoorde te zijn. Hij kon zich in alles verliezen door een hyperfocus en geloofde zijn eigen gedachten over hoe de dingen waren voor hem. Dit maakte het lastig om met hem te praten over bepaalde zaken. Dit leidde vaak tot boze reacties en onbegrip. Hij kon zich heel goed sociaal aanpassen aan anderen en werd daardoor flink overschat. Hij was slim, had humor en werd geliefd door eenieder die met hem te maken kreeg. Het was een sociale jongen die niet wist hoe hiermee om te gaan. Daar zou hij in februari dit jaar behandeling voor gaan krijgen. Helaas heeft het zover niet mogen komen.
We kregen van de politie meer informatie over hoe het gebeurd was en waar. Bij mij kwam het allemaal maar half binnen op dat moment. Ik was helemaal in een shocktoestand. Ik belde mijn zus of zij wilde komen. Ik vertelde dat Jaiden er niet meer was! Ik kon alleen maar huilen. Mijn zus kwam er ook meteen aan, zei ze aan de telefoon. Ik hing op en ben gaan zitten aan tafel. Wat er daarna gezegd is, weet ik niet meer precies. Mijn man luisterde naar de agenten. Ik was eigenlijk alleen aan het wachten tot er iemand zou komen die ik vast kon pakken. Mijn man en ik waren te diep in shock. Ook hij probeerde zijn zus te bereiken wat maar niet wilde lukken. Uiteindelijk nam ze op en kwam er ook direct aan. Hoe vertel je dit aan anderen? Hoe kunnen we nu de opa’s en oma’s inlichten? ‘Zij zullen gebroken zijn’, dacht ik nog. Jaiden’s broertje kwam naar beneden en we vertelden hem wat er was gebeurd met Jaiden. We pakten hem vast en huilden. Ook hij was sprakeloos. Toen na een tijdje mijn vriendin en mijn zus arriveerden, viel ik hen in de armen. Ik was kapot van verdriet. We moesten onze ouders inlichten, maar waren bang dat zij het niet zouden trekken, dit verlies. We spraken af dat de man van mijn zus onze ouders zou ophalen en dat mijn schoonzus de ouders van mijn man zou gaan halen. We belden hen via videobellen met de verschrikkelijke boodschap. Tot dat moment was het wachten. De politie informeerde ons nog over een aantal dingen, zoals een familieagent die we toegewezen zouden krijgen en slachtofferhulp. Zij vertrokken daarna en wij wachtten op onze ouders. Ook zij waren kapot van verdriet. Het ongeloof en machteloosheid werd ons allemaal teveel. We huilden samen en hielden elkaar vast. We wilden naar Jaiden toe, om hem te zien en te voelen, dat het echt zo was.
We zijn die avond met ons gezin en gezinnen van herkomst naar het mortuarium gegaan. Eenmaal daar aangekomen werd ons sterk geadviseerd om hem niet meer te zien. Ze hadden ‘s middags aan de telefoon al gezegd dat hij niet meer toonbaar was. Dat Jaiden ingepakt in doeken zou worden opgebaard en dat we op die manier afscheid moesten nemen. Er was niets meer van hem over. Met pijn in ons hart liepen mijn man, mijn andere zoon en ik de kamer in. Daar lag hij op een soort tafel, ingepakt in doeken en netjes afgedekt met een deken. Ik huilde om onze lieve jongen. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik stond daar en bleef staren naar de plek waar zijn hoofd lag. Het besef kwam toen pas echt binnen, hij is er niet meer! De rest van de familie kwam de rouwkamer binnen. Ook zij waren kapot van verdriet. Het gegeven dat hij daar lag, onze lieve Jaiden, ging door merg en been. We wilden hem in eerste instantie terug naar Tilburg laten vervoeren. Hij was naar het mortuarium in Breda gebracht namelijk, omdat daar forensisch onderzoek plaatsvindt bij zelfdoding. Maar toen we hem zo zagen liggen en de kundigheid van de medewerkers daar, besloten we hem toch daar te laten. Na een tijdje vertrokken we weer naar huis. Zonder onze jongen, met een gat in ons hart. Een leegte die nooit meer gevuld zou worden. Dit besef was tergend pijnlijk. Verdwaasd en gedesillusioneerd kwamen we thuis aan en zaten in stilte met ons verdriet.
De week daarna verliep onrustig en het verdriet werd alsmaar groter naarmate we beseften dat hij echt niet meer terug zou komen. De rollercoaster van het regelen van de uitvaart was in gang gezet. Alles wilden we zo mooi mogelijk regelen. We kozen de nummers uit die Jaiden mooi zou vinden. We regelden de bloemen en maakten de rouwkaart. Ik zat geheel in de regelstand die week. Geen tijd om echt stil te staan. Er kwamen veel mensen, vrienden en familie, langs. Ze namen boodschappen mee, ruimden wat op in huis, want ik was zo gebroken dat me dat niet meer lukte. Ik weet nog dat ik mezelf moest gaan douchen, want had daar ook geen ruimte voor gehad. Ik wilde niet dat het leven “gewoon” doorging. Toen ik door mijn man naar boven werd gestuurd, zakte ik in elkaar. Ik voelde een fysieke steek in mijn hart en de kreet van pijn kwam vanuit het binnenste van mijn lichaam. Ik kon toch niet gewoon doorgaan?! Mijn man tilde me omhoog. Samen zijn we gaan ademhalen, met een ademhalingsoefening, totdat ik weer een beetje kon staan. Zo’n impact had alleen het douchen al. Hoe zou ik dit verder moeten gaan doen? Ik wist het niet.
De uitvaart was prachtig. Er waren veel mensen; vrienden, familie, begeleiders, mensen van school, zijn voetbalteam, allemaal om afscheid te nemen van onze jongen. Ook die dag verliep in een waas. Gelukkig hadden we de dienst op laten nemen en hebben we diezelfde avond teruggekeken. Ik heb zelfs gesproken tijdens de dienst. Ik ben zelf geen spreker, had dat ook afgezworen, maar voor Jaiden wilde ik dat natuurlijk wel doen. Ik ben dankbaar en blij dat ik dat nog heb kunnen doen voor hem. De weken na de uitvaart voelde een beetje alsof het leven weer doorging. Voor anderen ging het ook weer door, maar voor ons stond en staat de tijd stil. Ons leven is nooit meer hetzelfde. Ons gezin zal ook nooit meer compleet zijn. Dat besef kwam keihard binnen. We proberen het leven weer op te pakken, maar dit wil nog steeds niet echt goed lukken. Wat we merken is dat de rouw om je eigen kind een totaal andere betekenis heeft dan wanneer een andere dierbare overlijdt. Rouw is rouw, en het heeft allemáál betekenis, maar het verliezen van een kind is nog een gradatie verder. Het is lastig uitleggen, er is geen woord voor wat je precies voelt. De pijn gaat in ieder geval nooit meer weg.
We moeten door, ook voor onze andere zoon, maar soms is het leven zo zwaar geworden dat ik er zelf ook liever niet meer wil zijn. Dat zijn dan soms van die gedachtenspinsels die op komen zetten, maar dat zou Jaiden niet gewild hebben. En ik zelf ergens ook niet!
Het verwerkingsproces is zwaar. Het is ook nog maar kort geleden dat Jaiden is overleden. Gelukkig schrijf ik veel en deel ik veel op Social Media. Daar haal ik heel veel steun en kracht uit. Ik deel mijn gevoelens en mijn gedachten over Jaiden en het verlies. Dit brengt me in ieder geval dat ik een uitlaatklep heb om mijn verdriet te verwoorden en te delen. Er zijn dagen, vooral in de ochtend, dat ik overmand word door het verdriet en het gemis. Dan stort ik helemaal in en weet dan niet hoe ik de dag weer door moet komen. Dat zakt dan weer, gelukkig, en kan ik toch weer een stapje zetten. Sommige dagen is het echt uur voor uur leven. Verder dan van dag tot dag leven komen we nog niet. De toekomst is veel te ver weg nog. Een toekomst zonder Jaiden is te pijnlijk om te beseffen. Nooit meer nieuwe herinneringen maken, nooit meer die aai over zijn bol. Al die kleine dingen die ons zijn ontnomen, blijven stekend aanwezig. Of dit alles een soort van plek gaat krijgen, weet ik niet. Zoals ik al zei, het verliezen van je kind is totaal anders. Mensen zeggen wel, dat de tijd alle wonden heelt, maar deze wond zal nooit meer helen. Er zal een groter gebied rondom de wond gaan ontstaan, maar de grootte van de wond zal altijd zo blijven, ben ik bang!
Ik ben dankbaar dat ik Jaiden’s moeder heb mogen zijn. Vanuit liefde heb ik, samen met mijn man, alle zeilen bijgezet om hem een goede opvoeding te geven. Het was een zware taak, ook in verband met Jaiden’s diagnoses, maar we hebben alles gedaan wat we konden. Tot het laatste moment bleven we in hem geloven. Jammer genoeg heeft dit niet mogen baten en geloofde hij zelf niet dat het nog beter zou kunnen gaan in de toekomst. Deze harde wereld was voor hem te complex en te zwaar. Zijn gevoeligheid paste niet binnen de kaders en dit heeft hem doen besluiten te kiezen voor suïcide. Hoe zwaar en moeilijk ook, wij zijn trots op hem en hebben respect voor zijn moedige keuze. Het vergt veel moed namelijk om daadwerkelijk die stap te zetten. Daar ben ik van overtuigd! Hoe wij zelf verder moeten, daar ben ik nog niet uit. We blijven doorgaan, dag voor dag. We krijgen later nog hulp voor het rouwproces, zodat we niet alles alleen hoeven doen. We doen het vooral samen, want dat is wat we altijd hebben gedaan!
Kyra Eijkemans-Swanenberg