Een persoonlijk verhaal over verlies, rouw, herstel en opnieuw leren leven
Mijn naam is Crista. Ik ben 48 jaar, alleenstaand en ik woon in Den Helder. Ik werk al ruim 25 jaar met plezier en liefde in de gehandicaptenzorg. Lange tijd was ik vooral goed in doorgaan, zorgen en er zijn voor anderen, behalve voor mijzelf.
Na meerdere verliezen in relatief korte tijd en een burn-out kwam ik op een punt waarop doorgaan niet meer vanzelfsprekend was. Schrijven werd voor mij een manier om stil te staan bij wat ik jarenlang had weggestopt. Wat begon als een manier om mijn hoofd rustiger te krijgen, groeide uit tot een manier om dichter bij mijn eigen rouw, mijn verdriet en ook mezelf te komen. Rouw wordt nog steeds vaak gezien als iets waar je doorheen moet, in plaats van iets waar je mee gaat leren leven. Ik zeg, gaat, omdat in tegenstelling tot moeten, rouw niet als een verplichting mag worden gezien maar als een proces dat zich langzaam ontvouwt. Je weet niet hoe, wanneer of wat het met je gaat doen. Je ontdekt het gaandeweg.
Ik ontdekte hoeveel kracht er in woorden zit, wanneer je ze eindelijk durft op te schrijven.
Nu mag ik mijn verhaal delen met de lezers van Rouw Magazine. Een verhaal over verlies, rouw, uitputting, herstel en langzaam opnieuw ontdekken wie ik ben.
In de ruimte tussen wie ik ben en wie ik wil worden
Er zijn momenten in je leven waarop je ineens beseft dat je niet meer dezelfde bent als vroeger. Niet omdat je dat bewust hebt gekozen. Maar omdat het leven je onderweg heeft veranderd. Ik denk dat ik lange tijd vooral goed was in doorgaan. Werken. Zorgen. Regelen. Er zijn voor anderen. Mijn schouders eronder en verder. Wat er ook gebeurde, er was altijd wel iets dat moest. En misschien is dat ook wel hoe ik met verlies ben omgegaan. Door door te gaan. Want wat moest ik anders? Het leven wacht niet omdat ik verdriet heb. De wekker gaat. De boodschappen moeten worden gedaan. Het werk gaat door. Mensen om je heen gaan verder. Het leven gaat door. En ergens tussen al die gewone dingen door probeer je jezelf opnieuw uit te vinden nadat iemand die belangrijk voor je was ineens niet meer naast je staat. In relatief korte tijd verloor ik meerdere mensen die mij dierbaar waren. Als ik het getal hardop uitspreek, schrik ik er soms zelf van. Maar tegelijkertijd denk ik steeds vaker: eigenlijk maakt het niet uit of je één iemand verliest of meerdere mensen. Verdriet is verdriet. Het laat zich niet meten. Je kunt niet zeggen dat het verlies van de één zwaarder moet zijn dan dat van de ander. Je kunt alleen maar voelen wat het met jóu doet. En dat verdriet er mag zijn. Ook als het lang duurt. Ook als anderen misschien denken dat je inmiddels verder zou moeten zijn. Ook als je jezelf die vraag stelt; Het is toch al zo lang geleden?
Maar rouw houdt zich niet aan een kalender. En rouw heeft een rauwe kant. Een kant waar we misschien liever niet over willen praten. De kant waarin verdriet niet alleen in je hoofd zit,
maar zich letterlijk in je lichaam nestelt. Ik bleef doorgaan. Omdat dat was wat ik kende.
Doorgaan. Werken. Zorgen. Functioneren. In plaats van leven was ik aan het overleven. Alsof ik maar door moest blijven lopen, ook toen mijn lichaam allang aangaf dat het niet meer kon.
Tot het moment kwam waarop ik mezelf letterlijk niet meer kon dragen. Mijn lichaam was op. De uitputting was enorm. Ik was niet gewoon moe. Ik was leeg.
En ergens daar kwam het besef dat ik niet zomaar even hoefde bij te tanken. Ik kon niet meer. Ik was geklapt. Een burn-out was het gevolg. En daarmee kwam ook het moment waarop ik moest stoppen met werken. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat mijn lichaam en hoofd simpelweg niet meer verder konden. En dat was ook het moment waarop mijn lichaam eindelijk zei wat ik zelf veel te lang niet had durven zeggen: Genoeg
En ineens zat ik thuis. Wat dat voor mij zwaar maakte, was de eenzaamheid. Niet omdat er niemand om me heen was. Integendeel. Er waren mensen. Lieve mensen. Mensen die naar me luisterden, met me meeleefden en er voor me waren. En toch voelde ik me alleen. Alleen in mijn verlies. Alleen in mijn verdriet. Want uiteindelijk is rouw iets wat je zelf draagt. Niemand kan precies voelen wat jij voelt. Niemand kan jouw gemis van je overnemen. Niemand kan wakker worden met jouw herinneringen.
En juist daar zat ook veel schaamte. Schaamte voor hoe diep het verdriet zat. Voor hoe vaak ik nog verdriet had. Voor momenten waarop ik mezelf niet meer bij elkaar kon houden. Voor het feit dat ik niet wist hoe ik verder moest en ik uiteindelijk wel moest toegeven dat het niet meer ging. Naast de schaamte zat er ook schuldgevoel. Het voelde alsof ik anderen in de steek liet doordat ik moest stoppen met werken. Ik kon niet meer bijdragen zoals ik dat altijd had gedaan. Niet aan mijn werk, niet aan mijn collega’s, niet aan mijn lieve cliënten, niet aan de mensen voor wie ik zo graag iets wilde betekenen. Ik voelde me schuldig omdat ik niet meer kon geven wat ik altijd had gegeven. Alsof ik sterker had moeten zijn. Alsof ik het beter had moeten kunnen dragen. Alsof verdriet iets was waar je je op een gegeven moment overheen hoort te zetten.
Maar verdriet werkt niet zo.
Ik heb jarenlang geprobeerd mijn verdriet kleiner te maken omdat ik dacht dat ik ermee moest kunnen leven. Dus stopte ik het weg. Niet omdat ik het niet voelde. Maar omdat ik niet wist wat ik ermee moest.
Op een gegeven moment begreep ik dat ik het niet allemaal alleen hoefde uit te zoeken. Ik heb verschillende vormen van therapie gehad en daarmee geprobeerd te begrijpen wat er met mij gebeurde, waar mijn verdriet en uitputting vandaan kwamen en hoe ik weer verder kon. Het waren niet allemaal rechte lijnen. Sommige dingen hielpen mij meer dan andere. Maar iedere stap heeft me iets geleerd. Over mezelf. Over mijn grenzen. Over mijn verdriet. En vooral over het feit dat hulp vragen geen teken van zwakte is. Ergens in die zoektocht ontdekte ik ook Yin Yoga. Wat begon als iets om rust te vinden, werd voor mij veel meer dan alleen yoga. Juist in de stilte, het vertragen en het stretchen leerde ik opnieuw naar mijn lichaam te luisteren. Niet steeds doorgaan. Niet steeds iets moeten. Niet steeds sterk hoeven zijn. Maar gewoon even zijn. Voelen waar spanning zit. Ademen. Ruimte maken. Yin Yoga heeft me laten ervaren dat rust niet hetzelfde is als niets doen. Dat mijn lichaam niet mijn vijand was, maar al die tijd geprobeerd had mij iets te vertellen. Luisteren naar mijn lichaam was één van de belangrijkste dingen die ik opnieuw moest leren.
Een aantal maanden geleden ben ik begonnen met schrijven. Niet met het idee dat ik schrijver wilde worden. Niet omdat ik mooie verhalen wilde maken. Niet omdat ik alle antwoorden heb. Ik wilde mijn hoofd stil krijgen. Want mijn hoofd kon eindeloos doorgaan. Een gedachte kon dagen blijven rondcirkelen. Soms weken. Soms nog veel langer. Maar toen ik begon op te schrijven wat er in mij zat, gebeurde er iets bijzonders. De gedachten hoefden niet meer rondjes te blijven lopen. Ze kregen een plek. Op papier. En langzaam ontdekte ik dat schrijven voor mij veel meer was dan woorden opschrijven.
Door te schrijven kom ik dichter bij mijn eigen rouw. Dichter bij mijn eigen diepere verdriet. Bij gevoelens die ik jarenlang heb weggestopt. Op papier durf ik soms eerlijker te zijn dan wanneer ik alleen met mijn gedachten zit. Daar mag ik zeggen dat het pijn doet. Dat ik iemand mis.
Dat ik boos ben. Dat ik verdrietig ben. Dat ik het soms gewoon allemaal ontzettend moeilijk vind. Ik hoef het niet mooier te maken. Ik hoef het niet op te lossen. Ik hoef het alleen maar toe te laten.
En juist daardoor ontstaat er ruimte. Niet omdat het verdriet verdwijnt. Maar omdat ik het eindelijk niet meer hoef weg te stoppen. Misschien is dat wel wat ik nu aan het leren ben. Dat ik mijn verdriet niet hoef op te lossen. Dat ik het niet hoef weg te duwen. Dat ik niet hoef te doen alsof het er niet meer is. Ik mag verdriet hebben. Ik mag iemand missen. Ik mag soms terugvallen. Ik mag zoeken. En tegelijkertijd mag ik ook oplossingen zoeken om weer verder te kunnen. Niet om mijn verdriet achter me te laten. Maar om ermee te leren leven. Want misschien is dat wel het verschil.
Ik mag verdriet dragen en toch verdergaan. Ik mag iemand missen en toch lachen. Ik mag pijn voelen en toch hopen. Ik mag mezelf opnieuw leren kennen. Ik heb geleerd dat rouw geen einddatum heeft. Rouw betekent niet dat je stopt met leven. Ik heb ook geleerd dat ik er niet overheen kom, dat ik iemand ben die weet hoe ik tegelijkertijd gelukkig én diep bedroefd kan zijn.
Je kunt iemand missen en toch lachen. Je kunt verdriet voelen en tegelijkertijd dankbaar zijn. Je kunt terugkijken en tegelijkertijd vooruit. Je kunt de mensen die je verloren hebt meenemen zonder dat je voor altijd op dezelfde plek hoeft te blijven staan. Dat is wat rouw bij mij doet, het laat me in twee werelden leven; de ene die doorgaat, en de andere die veel te vroeg tot een einde kwam. Maar ik hoef mijn verleden niet achter me te laten om verder te kunnen. Ik mag het meenemen en langzaam leer ik in beide werelden te kunnen bestaan. Ergens tussen wie ik was en wie ik wil worden, bevindt zich een ruimte.
Soms sta je precies tussen wat was en wat nog komt. Een vreemde ruimte. Soms voelt die leeg. Soms voelt die onrustig. Soms doet die ruimte pijn. Maar steeds vaker ontdek ik dat er in die ruimte ook iets nieuws groeit.
Inmiddels ben ik weer aan het werk. Het leven heeft zijn ritme weer gekregen en van buitenaf lijkt het misschien alsof ik mijn oude leven weer heb opgepakt. Maar herstellen van een burn-out is niet hetzelfde als weer volledig de oude zijn. Ik voel de nasleep nog steeds. Mijn energie is niet vanzelfsprekend meer. Mijn grenzen zijn wel duidelijker geworden, maar het blijft soms zoeken naar wat ik wel en niet kan. Wat vroeger vanzelf ging, kost nu soms meer energie. En misschien is dat ook onderdeel van herstellen: accepteren dat ik niet simpelweg terug hoef naar wie ik was.
Ik ben niet dezelfde vrouw die daar ooit uitviel. Maar ik weet ook nog niet precies wie ik aan het worden ben. En misschien hoef ik dat ook niet te weten. Misschien hoef ik mezelf niet opnieuw uit te vinden. Misschien hoef ik alleen maar steeds dichter te komen bij wie ik werkelijk ben.
Met alles wat daarbij hoort. Met mijn verdriet.
Met mijn herinneringen. Met mijn littekens.
Met mijn schaamte. Met mijn humor. Met mijn onzekerheid. Met mijn kracht. Met mijn twijfels. Met mijn kwetsbaarheid. Met mijn woorden.
De mensen die ik heb liefgehad, hebben mij gevormd. De verliezen die ik heb meegemaakt, hebben sporen achtergelaten. Maar ik ben niet alleen mijn verliezen. Ik ben ook alles wat daarna is ontstaan. Alles wat ik onderweg heb geleerd. Alles wat ik opnieuw heb ontdekt. En misschien vooral: de ontdekking dat mijn eigen stem er mag zijn.
Soms denk ik terug aan de vrouw die vroeger dagen, weken of maanden kon blijven malen over een gedachte. Ik zou haar nu willen zeggen: Schrijf het op. Niet omdat je daarmee meteen een antwoord hebt. Maar omdat je jezelf daarmee ruimte geeft. Laat de woorden maar komen. De mooie. De lelijke. De boze. De verdrietige. De onzekere. De hoopvolle. Je hoeft ze niet allemaal te begrijpen. Sommige gedachten hoeven alleen maar even ergens te mogen bestaan. En misschien gebeurt er dan iets bijzonders. Misschien ontstaat er tussen al die woorden langzaam een verhaal. Jouw verhaal.
En toch weet ik dat mijn zoektocht naar hoe ik met mijn verlies en verdriet kan leven nog niet voorbij is. In oktober ga ik starten met een rouwgroep. Ik vind dat spannend. Maar tegelijkertijd voelt het ook als een mooie volgende stap. Ik leer steeds meer dat ik mijn verdriet niet hoef op te lossen en het ook niet alleen hoef te dragen. Het helpt mij om te luisteren naar verhalen van anderen.
Om herkenning te vinden. Om woorden te geven aan dingen die soms moeilijk uit te leggen zijn.
Daar hoop ik opnieuw iets over mezelf te ontdekken. Ik weet het nog niet. Maar ik hoef het ook nog niet te weten. Ik hoef alleen maar de volgende stap te zetten.
Waar dit schrijven mij naartoe brengt, ligt nog open. Misschien worden het verhalen. Misschien ooit een bundel. Misschien blijven sommige verhalen gewoon van mij. En anderen mogen de wereld in. Dat voelt spannend. Want zodra een verhaal niet meer alleen van jou is, kunnen anderen er iets van vinden. Maar misschien is dat juist wat ik nu mag leren. Dat ik mezelf niet langer hoef te verstoppen om mezelf te beschermen. Dat ik mijn verhaal mag vertellen zonder dat ik precies hoef te weten wat een ander ervan vindt. Want misschien kan mijn verhaal iets betekenen voor iemand die midden in zijn eigen verdriet zit. Voor iemand die zich schaamt omdat het na maanden of jaren nog steeds pijn doet. Voor iemand die denkt dat hij de enige is die zich zo voelt. Als mijn woorden bij één iemand dat gevoel kunnen geven: “Ik ben niet alleen.”
Dan zijn ze niet voor niets geschreven.
Ik hoef niet meer te worden wie ik ooit was. Ik hoef ook nog niet te weten wie ik uiteindelijk zal zijn. Voor nu is het genoeg om hier te staan. Te voelen. Te schrijven. Te huilen. Te lachen. Te herinneren. Te leven. En langzaam te ontdekken dat er, zelfs na alles wat ik ben kwijtgeraakt, nog steeds veel is om voor te leven.
Misschien is dat geen einde van rouw.
Misschien is het iets anders.
Misschien is het leren leven met liefde die geen plek meer heeft om naartoe te gaan, behalve naar binnen.
En misschien... is de ruimte tussen wie ik ben en wie ik wil worden...precies de plek waar ik mezelf, heel voorzichtig, weer aan het terugvinden ben. Want soms begint verdergaan niet met loslaten. Soms begint het met eindelijk durven voelen wat ik al die tijd heb vastgehouden.
En misschien is schrijven wel de manier waarop ik daar kom. Ja, ik zal voor altijd rouwen.
Niet als levenslange straf maar als een liefdesbrief die ik steeds opnieuw zal blijven schrijven.

